ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3592
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.H.A.M. Voncken
- W.M.C. Tilleman
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep minderjarige tegen ondertoezichtstelling
In deze zaak heeft een minderjarige, X, hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht waarbij hij onder toezicht werd gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht voor de duur van een jaar. Het hof heeft onderzocht of X, gezien zijn minderjarigheid en de omstandigheden, zelfstandig in rechte kan optreden tegen deze beslissing.
De rechtbank had op 24 januari 2006 de ondertoezichtstelling uitgesproken. Op het moment van het indienen van het hoger beroep was X vijftien jaar oud. Hoewel X door zijn advocaat was gemachtigd om het beroep in te stellen, oordeelde het hof dat minderjarigen in het algemeen niet zelfstandig als procespartij kunnen optreden tegen een ondertoezichtstelling. De uitzonderingen op deze regel, zoals in de wet en jurisprudentie, zijn niet van toepassing op hoger beroep tegen ondertoezichtstelling.
De door de advocaat aangevoerde argumenten, waaronder het belang van X bij het aanvechten van de beslissing en culturele overwegingen die hem als volwassene beschouwen, werden door het hof niet gevolgd. Ook het feit dat de advocaat geen contact kon krijgen met de wettelijk vertegenwoordiger van X om namens hem het beroep in te stellen, veranderde dit oordeel niet.
Het hof verklaarde daarom het hoger beroep van X niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd op 1 juni 2006 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de minderjarige niet-ontvankelijk wegens onbekwaamheid zelfstandig als procespartij op te treden tegen ondertoezichtstelling.