ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3592

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
303/06
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep minderjarige tegen ondertoezichtstelling

In deze zaak heeft een minderjarige, X, hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht waarbij hij onder toezicht werd gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht voor de duur van een jaar. Het hof heeft onderzocht of X, gezien zijn minderjarigheid en de omstandigheden, zelfstandig in rechte kan optreden tegen deze beslissing.

De rechtbank had op 24 januari 2006 de ondertoezichtstelling uitgesproken. Op het moment van het indienen van het hoger beroep was X vijftien jaar oud. Hoewel X door zijn advocaat was gemachtigd om het beroep in te stellen, oordeelde het hof dat minderjarigen in het algemeen niet zelfstandig als procespartij kunnen optreden tegen een ondertoezichtstelling. De uitzonderingen op deze regel, zoals in de wet en jurisprudentie, zijn niet van toepassing op hoger beroep tegen ondertoezichtstelling.

De door de advocaat aangevoerde argumenten, waaronder het belang van X bij het aanvechten van de beslissing en culturele overwegingen die hem als volwassene beschouwen, werden door het hof niet gevolgd. Ook het feit dat de advocaat geen contact kon krijgen met de wettelijk vertegenwoordiger van X om namens hem het beroep in te stellen, veranderde dit oordeel niet.

Het hof verklaarde daarom het hoger beroep van X niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd op 1 juni 2006 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de minderjarige niet-ontvankelijk wegens onbekwaamheid zelfstandig als procespartij op te treden tegen ondertoezichtstelling.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER
BESCHIKKING van 1 juni 2006 in de zaak met rekestnummer 303/06 van:
[...],
wonende te [woonplaats],
APPELLANT,
procureur: mr. W.J. Eusman,
t e g e n
Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Utrecht,
GEÏNTIMEERDE.
1. Het geding in hoger beroep
1.1. Appellant en geïntimeerde worden hierna respectievelijk X en de Raad genoemd.
1.2. X is op 20 februari 2006 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 24 januari 2006 van de rechtbank te Utrecht, met kenmerk 206381/JE RK 06-11.
1.3. De zaak is op 24 april 2006 ter terechtzitting behandeld.
1.4. X is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen, maar wel zijn advocaat mr. drs. E. Olof.
2. De ontvankelijkheid van het hoger beroep
2.1. Het hoger beroep richt zich tegen de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank te Utrecht van 24 januari 2006, waarbij X met ingang van dezelfde datum voor de duur van een jaar onder toezicht is gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht.
2.2. Op de dag dat het beroepschrift is ingediend ter griffie van het hof, 20 februari 2006, was X 15 jaar oud en dus minderjarig. Het beroepschrift vermeldt dat het hoger beroep (door tussenkomst van een procureur) wordt ingesteld door mr. drs. E. Olof, advocaat en procureur te Zeist, die daartoe uitdrukkelijk is gemachtigd door X.
2.3. De vraag rijst of X, gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden, in zijn beroep tegen de beslissing tot ondertoezichtstelling kan worden ontvangen. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. X is als minderjarige onbekwaam om in dit geval in rechte zelfstandig als procespartij op te treden c.q. een ander te machtigen namens hem als zodanig op te treden.
In de wet en jurisprudentie zijn weliswaar gevallen aan te wijzen waarin bij wijze van uitzondering op de algemene regel aan een minderjarige een eigen, formele rechtsingang is toegekend, maar dat geldt niet voor het instellen van hoger beroep tegen een beslissing tot ondertoezichtstelling.
De door de advocaat van X naar voren gebrachte omstandigheden dat X er belang bij heeft de beslissing waarvan beroep aan het hof te kunnen voorleggen en dat X volgens in de Roma-cultuur geldende waarden op grond van zijn huidige leeftijd als volwassene dient te worden beschouwd, maken dit oordeel niet anders. Dit geldt ook voor de aangevoerde omstandigheid dat het de advocaat van X niet is gelukt in contact te komen met de moeder als de wettelijk vertegenwoordiger van X teneinde haar te verzoeken (als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon) een procedure in hoger beroep te entameren.
2.4. Dit leidt tot de volgende beslissing.
5. Beslissing
Het hof:
verklaart X niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.H.A.M. Voncken, W.M.C. Tilleman en J.E. Geuzinge in tegenwoordigheid van mr. G.J.H.M. Milder-Wolbers als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2006 door de rolraadsheer.