ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3929
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- M. Wigleven
- M.J. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Gewone verblijfplaats minderjarige toegewezen aan moeder ondanks verhuizing naar Zweden
In deze zaak stond de vraag centraal bij welke ouder de gewone verblijfplaats van de minderjarige moest worden vastgesteld. De moeder was na een periode van gedeeld verblijf verhuisd naar Zweden, terwijl de vader sinds 2003 de zorg voor het kind in Nederland droeg. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd de verblijfplaats bij de vader te laten, vanwege continuïteit en het leven van het kind in Nederland.
De moeder betoogde dat zij door haar situatie in Zweden beter in staat was een stabiele en intensieve verzorging te bieden, mede door gunstige arbeids- en verlofregelingen. Zij stelde dat de vader minder ruimhartig was in omgang en dat de moeder een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van het kind. De vader benadrukte de vertrouwde omgeving in Nederland en zijn betrokkenheid.
Het hof concludeerde dat beide ouders goed voor het kind zorgen en dat het kind aan beiden gehecht is. Het belang van het kind stond voorop, waarbij het hof oordeelde dat de voordelen van de moeder als verzorgende ouder in Zweden en de ruimere omgangsmogelijkheden voor de vader zwaarder wegen dan het handhaven van de huidige situatie. Daarom werd de gewone verblijfplaats aan de moeder toegewezen, met de verwachting dat de overgang zorgvuldig zal worden begeleid.
Uitkomst: De gewone verblijfplaats van de minderjarige wordt toegewezen aan de moeder in Zweden.