ECLI:NL:GHAMS:2006:AY4841
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.F. van Loon
- O.B. Onnes
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Geen correctie afwaardering dubieuze debiteuren bij winst VOF
Belanghebbende, vennoot van een VOF die actief was in de vleesgroothandel, betwistte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 1996, 1997 en 1998. De aanslagen waren gebaseerd op correcties door de inspecteur die afwaarderingen van dubieuze debiteuren (B en C) niet accepteerde, stellende dat betalingen buiten de boeken om hadden plaatsgevonden.
Tijdens het geding werd vastgesteld dat de VOF vorderingen op B en C had afgewaardeerd wegens oninbaarheid. De inspecteur voerde aan dat betalingen via contante geldstromen hadden plaatsgevonden, onder meer via een derde (E), en dat de afwaarderingen daarom niet terecht waren. De bewijslast voor deze stelling lag bij de inspecteur.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de vorderingen daadwerkelijk waren voldaan buiten de boeken om. Verklaringen en stukken die de inspecteur aanvoerde, waaronder een gesprekverslag en verklaringen van betrokkenen, waren onvoldoende overtuigend. De VOF had aannemelijk gemaakt dat de vorderingen oninbaar waren en de afwaarderingen terecht waren toegepast.
Daarom vernietigde het Hof de uitspraken op bezwaar en de navorderingsaanslagen, stelde het verlies voor 1997 en 1998 vast en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Deze uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering door de Belastingdienst bij het betwisten van afwaarderingen van dubieuze debiteuren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden vernietigd met vaststelling van het verlies over 1997 en 1998.