ECLI:NL:GHAMS:2006:AY4987
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot wijziging badvormgeving ter voorkoming slaafse nabootsing
In deze zaak staat de geschilpunt centraal of Riho International B.V. haar baden zodanig heeft gewijzigd dat deze duidelijk verschillen van de Senso badenlijn van Sealskin B.V. Sealskin vordert dat Riho zich houdt aan een onthoudingsverklaring en stelt dat de nieuwe baden van Riho nog steeds te veel lijken op haar eigen ontwerpen, wat slaafse nabootsing oplevert.
Riho bracht in 2005 nieuwe baden op de markt na een sommatie en overleg met Sealskin, waarbij zij beloofde de vormgeving aan te passen. Sealskin betwist dat de wijzigingen voldoende duidelijk zijn en startte een kort geding. De voorzieningenrechter gaf Sealskin grotendeels gelijk, maar Riho ging in hoger beroep.
Het hof inspecteerde de baden en oordeelde dat het rechthoekige bad (de Lima) wel een duidelijk verschil vertoont met de Senso 180, maar dat de andere nieuwe baden (de Panama en de Bogota) onvoldoende verschillen van de Senso 145 en Senso 6-hoek. Het beroep op slaafse nabootsing werd afgewezen voor de Lima omdat partijen duidelijke afspraken hadden gemaakt. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de Lima betrof en bekrachtigde het voor de andere baden, met een compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: Riho moet baden zodanig wijzigen dat deze duidelijk verschillen van de Senso badenlijn; beroep op slaafse nabootsing wordt afgewezen voor baden die aan deze verplichting voldoen.