ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7333
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen investeringsaftrek voor bungalows als woonhuizen, wel voor inrichting
Belanghebbende exploiteerde een bungalowpark via een vennootschap onder firma en stelde investeringsaftrek te vorderen voor investeringen in twee bungalows en hun inrichting. Het geschil betrof de vraag of de bungalows en de bijbehorende investeringen in gordijnen, meubels en jaloezieën in aanmerking kwamen voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Het Hof bevestigde dat de bungalows naar aard en inrichting als woonhuizen moeten worden aangemerkt en derhalve geen recht op investeringsaftrek geven. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie en de wetsgeschiedenis. Belanghebbendes argument dat de bungalows slechts tijdelijk en als onderdeel van een all-in recreatiedienst worden gebruikt, werd verworpen omdat de bestemming als woning onveranderd blijft.
Voor de investeringen in gordijnen, meubels en jaloezieën oordeelde het Hof dat deze wel als afzonderlijke bedrijfsmiddelen moeten worden gezien en recht geven op investeringsaftrek. Deze roerende zaken zijn onderdeel van de inrichting en aankleding van de bungalows en vormen geen onroerend goed. Het Hof paste het besluit van 29 november 2000 toe, waarin wordt bepaald dat dergelijke investeringen in het kader van een hotelachtige exploitatie aftrekbaar zijn.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraken, vermindert de aanslagen en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen worden verminderd met recht op investeringsaftrek voor inrichting, niet voor bungalows als woonhuizen.