ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7536
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- C. Schaap
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over optierechten toegekend aan werknemers van Nederlandse dochtermaatschappij
Belanghebbende, werknemer van een Nederlandse BV, ontving optierechten op aandelen van de Amerikaanse moedermaatschappij. De vraag was of het voordeel uit deze optierechten uitsluitend bij de werkgever voor loonbelasting belast kon worden, of ook bij de werknemer in de inkomstenbelasting. Het Hof oordeelde dat de inspecteur gerechtigd is het voordeel bij de werknemer te belasten, omdat loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting.
Belanghebbende voerde aan dat dit tot onredelijke belastingheffing leidde en dat hij mocht vertrouwen op een andere fiscale behandeling. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat andere werknemers gunstiger werden behandeld. Het Hof verwierp deze beroepen, stellende dat geen begunstigend beleid bestond en dat geen vertrouwen was gewekt door de inspecteur.
Het Hof overwoog dat de waardedaling van de aandelen na het moment van onvoorwaardelijke toekenning voor rekening van belanghebbende komt. De forfaitaire waardering van niet-uitgeoefende opties is rechtmatig. Het beroep op heffingsrente werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit niet in bezwaar was aangevoerd.
Het beroep werd verder ongegrond verklaard en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld. De uitspraak bevestigt de fiscale positie van voordelen uit optierechten en de bevoegdheid van de inspecteur om deze bij de werknemer te belasten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting worden gehandhaafd.