ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0290
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aftrekbare uitgaven voor hulp bij opbaring overleden dochter
Belanghebbende maakte uitgaven ter zake van hulp en bijstand door familie en naaste vrienden bij de opbaring in eigen huis van zijn overleden dochter. De inspecteur had deze uitgaven in eerste instantie niet als aftrekbaar erkend, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verminderde het belastbaar inkomen.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de uitgaven rechtstreeks verband houden met het overlijden en de begrafenis van de dochter, en dat belanghebbende een dringende morele verplichting voelde deze uitgaven te doen. De inspecteur had ter zitting erkend dat hij de aftrek zou toestaan indien de kosten door de begrafenisondernemer waren gespecificeerd.
Het hof oordeelde dat de uitgaven aftrekbaar zijn op grond van artikel 6.19 Wet IB 2001 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.