ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0530
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Osch
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inzicht in schuldenlast
Appellant verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank wees dit verzoek af wegens onduidelijkheid over de aard, hoogte en ontstaansredenen van zijn schuldenlast. Appellant kon ter zitting geen duidelijkheid verschaffen over zijn schulden.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het verzoek afwees zonder hem eerst een termijn te gunnen om aanvullende informatie te verstrekken. Tevens ontkende hij tekort te zijn geschoten in zijn informatieplicht en benadrukte hij zijn bereidheid om aan de verplichtingen van de regeling te voldoen. Hij lichtte zijn persoonlijke omstandigheden toe, waaronder een ernstige schietpartij in 2002 en de daaruit voortvloeiende PTSS, die mede tot schulden hebben geleid.
Het hof oordeelde dat ook in hoger beroep onvoldoende inzicht bestaat in de schuldenlast en dat een voorafgaand onderzoek noodzakelijk is. Het verzoek om voorlopige toelating tot de regeling werd eveneens afgewezen op grond van artikel 292 lid 6 Faillissementswet Pro. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd wegens onvoldoende inzicht in de schuldenlast.