ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3439
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van der Kwaak
- Groen
- Röben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gokgedrag
Appellante is in eerste aanleg door de rechtbank Utrecht getroffen door een tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de zaak verwees naar het hof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem.
Tijdens de procedure heeft appellante erkend dat zij gedurende een periode van ongeveer anderhalf tot twee jaar regelmatig heeft gegokt, waaronder ook in de periode vlak voor de aanvraag van de schuldsaneringsregeling. Het hof oordeelt dat dit gokgedrag ten tijde van de aanvraag van de regeling gemeld had moeten worden, omdat het verzwijgen hiervan misbruik oplevert en de regeling dan niet zou zijn toegepast.
De door appellante aangevoerde omstandigheden, waaronder onwetendheid over meldingsplicht en pogingen om schulden af te lossen via gokken, leiden niet tot een ander oordeel. Ook haar persoonlijke en familiale problemen en de hulp die zij ontvangt, zijn onvoldoende om de beëindiging onterecht te verklaren.
Het hof concludeert dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht is en wijst het hoger beroep af, waarmee het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd wegens niet-melding van gokgedrag.