Bij de beoordeling van de klacht wordt van het navolgende uitgegaan:
a. Op 1 januari 1989 hebben partijen met elkaar een overeenkomst gesloten, waarbij zij een samenwerkingsverband in de vorm van een maatschap zijn aangegaan.
Dit samenwerkingsverband heeft 13 jaren geduurd, waarna de maatschap op 31 december 2001 is ontbonden.
b. Gedurende voormelde periode is de boekhouding gecontroleerd door BDO Walgemoed CampsObers accountants (hierna: BDO) te Purmerend en zijn de jaarstukken telkens door ieder van de maten goedgekeurd.
c. Op 31 mei 2002 heeft BDO het concept van de jaarrekening met betrekking tot het jaar 2001 aan ieder van de maten verstrekt. Op basis van deze jaarrekening dienden partijen onderling af te rekenen.
d. Bij brief van 3 juni 2002 heeft BDO naar aanleiding van de conceptjaarrekening 2001 een vijftal vragen voorgelegd aan [Y]. Deze vragen betroffen de verwerking van een aantal posten met betrekking tot een tweetal schilderijen, een alarminstallatie, het gebruik van het archief en rente over kapitaal.
e. Op 17 juni 2002 is de definitieve jaarrekening 2001 door partijen goedgekeurd.
f. Op 28 augustus 2002 hebben partijen overeenstemming bereikt ten aanzien van de overnamebalans op basis waarvan [Y] op 27 december 2002 een bedrag van € 118.198,97 aan [X] heeft voldaan.
g. Aan [X] is met ingang van 31 december 2002 eervol ontslag als notaris verleend en aan [Y] met ingang van 31 december 2004.
h. Van oktober 2002 tot oktober 2003 is door partijen onder meer gecorrespondeerd over de alarminstallatie. Naar aanleiding hiervan is (omstreeks oktober 2003) door [X] aan [Y] medegedeeld dat hij overwoog om de gehele boekhouding en de jaarstukken betreffende de maatschap aan een forensisch onderzoek te onderwerpen en dat hij, als hij daartoe besloot, P.J.M. van Diepen (hierna:Van Diepen), forensisch accountant bereid had gevonden om het onderzoek te verrichten.
i. Op 9 december 2003 heeft Van Diepen op het kantoor van [Y] een begin gemaakt met zijn onderzoek ten aanzien van de boekhouding.
j. Van Diepen werd door [Y] na een periode van tien dagen verzocht om zijn werkzaamheden op te schorten. Afgesproken is toen dat Van Diepen in januari 2004 het onderzoek zou voortzetten.
k. In verband met ziekte van Van Diepen heeft hij in januari 2004 zijn onderzoek niet kunnen hervatten. [Y] is niet door Van Diepen geïnformeerd over zijn ziekte.
l. In opdracht van [Y] is op enig ogenblik tussen december 2003 en juni 2004 de gehele boekhouding met betrekking tot de periode 1989 tot 1997 vernietigd.
m. Op 18 juni 2004 is door Van Diepen het onderzoek op het kantoor van [Y] hervat en is door hem geconstateerd dat een gedeelte van de boekhouding was verwijderd.
n. Ter zitting heeft [X] verklaard zich beledigd te voelen, vanwege het feit dat [Y] de boekhouding heeft doen vernietigen.
o. [Y] heeft ter zitting verklaard dat hij het betreurt dat hij opdracht heeft gegeven tot het verwijderen van een gedeelte van de boekhouding en dat daarbij een rol heeft gespeeld dat hij woedend en gegriefd was door het door [X] geïnitieerde forensisch onderzoek.