ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5066
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrekbaarheid van kosten voor voedingssupplementen als buitengewone uitgaven wegens ziekte
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 aanspraak op aftrek van buitengewone uitgaven wegens ziekte, waaronder kosten voor voedingssupplementen die door een orthomoleculair deskundige waren voorgeschreven. De inspecteur weigerde deze aftrek, omdat de supplementen niet waren voorgeschreven door een arts. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de supplementen noodzakelijk waren ter bestrijding van bijwerkingen van voorgeschreven geneesmiddelen en dat artsen het gebruik goedkeurden. Het hof oordeelde dat deze goedkeuring niet gelijkstaat aan een voorschrift van een arts en dat de supplementen daarom niet als farmaceutische hulpmiddelen op voorschrift kunnen worden aangemerkt.
De wet stelt een aftrek van maximaal € 23 per persoon toe voor farmaceutische hulpmiddelen die niet op voorschrift van een arts zijn verstrekt. Het hof bevestigde dat de inspecteur dit bedrag correct heeft toegepast en dat er geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt gehandhaafd.