ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6084
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- P.C. Römer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid na aanrijding
Op 19 mei 1999 vond een aanrijding plaats tussen de fietser [geïntimeerde] en motorrijder [B], waarbij [B] schade leed en verzekerd was via London Verzekeringen. London betaalde aan [B] een schadevergoeding en stelde [geïntimeerde] aansprakelijk voor het volledige bedrag. Na gedeeltelijke betaling door [geïntimeerde] vorderde London het resterende bedrag.
De rechtbank wees de vordering af omdat London onvoldoende had onderbouwd op welke grondslag en in welke mate sprake was van blijvende invaliditeit of verlies aan arbeidsvermogen. London stelde in hoger beroep dat [B] blijvend gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en bracht een rapportage van ITEB BV in, die echter onvoldoende onderbouwing bood omdat deze enkel gebaseerd was op een gesprek met [B] en de status van ITEB onduidelijk bleef.
Het hof oordeelde dat London niet had voldaan aan haar verplichting om een deugdelijke specificatie en onderbouwing van de schade te leveren, waardoor [geïntimeerde] zich niet adequaat kon verweren. Het algemene bewijsaanbod werd gepasseerd. De grief van London faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij London werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van London Verzekeringen af wegens onvoldoende onderbouwing van de schade wegens arbeidsongeschiktheid.