ECLI:NL:GHAMS:2006:BA1237
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overdracht van katten door dierenasiel na gedwongen opname eigenaar
Appellante, gedwongen opgenomen in een GGZ-instelling, vorderde in eerste aanleg de teruggave van haar katten die door de gemeente uit haar woning waren gehaald en door de stichting bij derden waren ondergebracht. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, met als reden dat derden te goeder trouw waren en daarom bescherming genoten tegen de beschikkingsonbevoegdheid van de stichting.
In hoger beroep betwistte appellante deze beslissing en stelde dat de stichting onrechtmatig had gehandeld door de katten zonder haar toestemming over te dragen. Het hof stelde vast dat de katten toebehoorden aan appellante en dat de stichting wist dat de katten uit haar woning kwamen. Door de overdracht zonder verder onderzoek handelde de stichting onrechtmatig jegens appellante.
Het hof oordeelde echter dat de bescherming van derden te goeder trouw tegen beschikkingsonbevoegdheid van toepassing bleef, omdat de uitzondering in artikel 3:86 lid 3 BW Pro niet zo ruim mag worden uitgelegd dat deze het handelen van de stichting bestrijkt. Daarnaast werd de kostenveroordeling uit eerste aanleg herzien, waarbij appellante alsnog werd veroordeeld in de kosten van de stichting. De overige kostenveroordelingen werden bevestigd, met compensatie van de kosten in incidenteel appel.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de stichting onrechtmatig handelde door katten zonder eigendomsrecht over te dragen, beschermt derden te goeder trouw, en wijzigt de kostenveroordeling in eerste aanleg.