ECLI:NL:GHAMS:2006:BA3006
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- J.M.H. van Staveren
- Rechtspraak.nl
Koopovereenkomst hotel met grondwatervervuiling en boeteschuld na weigering transport
Partijen sloten op 7 mei 2000 een koopovereenkomst voor een hotel met bijbehorende horecaonderneming. Na het tekenen bleek dat het grondwater vervuild was en dat de provincie een aantekening had geplaatst conform artikel 55 Wet Pro Bodembescherming. De koper kreeg het hotel feitelijk in gebruik vanaf 1 juni 2000, verbouwde en exploiteerde het zonder klachten over normaal gebruik kenbaar te maken.
De koper weigerde echter medewerking aan het formele transport uiterlijk 15 mei 2002, waarop de verkoper hem sommeerde mee te werken en de boete uit de koopovereenkomst opeiste. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de overeenkomst niet was ontbonden en stelde een deskundige aan om de waarde van het pand met de aanschrijving vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de koper het hotel conform de overeenkomst had ontvangen, aangezien de vervuiling niet leidde tot ongeschiktheid voor normaal gebruik en de sanering door de overheid zou worden uitgevoerd. De koper was daarom in verzuim door het transport te weigeren en moest de boete van ruim €32.700,- plus rente en proceskosten aan de verkoper betalen. De overige vorderingen van schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Koper is veroordeeld tot betaling van de overeengekomen boete wegens weigering transport ondanks grondwatervervuiling.