ECLI:NL:GHAMS:2006:BA5654
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over toelaatbaarheid en schadevergoeding concurrentiebeding na overdracht onderneming
In deze civiele procedure staat de geldigheid en de gevolgen van een concurrentiebeding centraal, dat is overeengekomen bij de overdracht van aandelen in Waterboot Amsterdam B.V. Het hof vernietigt eerdere vonnissen en behandelt het geschil opnieuw. De kern van het geschil betreft de vraag of het concurrentiebeding strijdig is met het mededingingsrecht en de hoogte van de boetes en schadevergoeding die Waterboot Amsterdam kan vorderen.
Het hof oordeelt dat het concurrentiebeding, dat initieel voor vijf jaar gold maar in de procedure is beperkt tot drie jaar, niet in strijd is met artikel 81 lid 1 EG Pro-Verdrag en de Mededingingswet. Daarbij wordt gewezen op jurisprudentie van het Hof van Justitie en mededelingen van de Europese Commissie, die concurrentiebedingen in overdrachtsovereenkomsten in beginsel toestaan mits ze strikt beperkt zijn in duur en werkingssfeer.
De boete wegens overtreding van het concurrentiebeding wordt toegewezen tot een bedrag van € 248.445, met wettelijke rente tot een maximum van € 75.000 vanwege de beperkte draagkracht van de gedaagde. Daarnaast wordt een schadevergoeding van € 34.034 toegewezen wegens omzetderving door de activiteiten van de gedaagde en diens vennoten, met wettelijke rente vanaf 1 januari 1999. Buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het concurrentiebeding is niet in strijd met het mededingingsrecht en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van boetes en schadevergoeding aan Waterboot Amsterdam.