ECLI:NL:GHAMS:2006:BA6607
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Hilten
- D.B. Bijl
- A.F.M.Q. Beukers – Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen navordering douanerechten wegens onjuiste oorsprongscertificaten boter uit Estland
Belanghebbende, een douane-expediteur, had in 1997 19 zendingen boter ingevoerd met EUR.1-certificaten die Estse oorsprong aangaven en aanspraak maakten op preferentiële tarieven. Na onderzoek van een communautaire delegatie en Estse douaneautoriteiten bleek dat de exporteur L niet kon bevestigen dat de boter daadwerkelijk uit Estland kwam. De Estse douane verklaarde de certificaten ongeldig, waarna de Nederlandse inspecteur navorderingsuitnodigingen uitvaardigde.
Belanghebbende voerde aan dat de navordering onterecht was, onder meer omdat de procedure van artikel 32 van Pro het Protocol niet correct was gevolgd, zij alternatieve bewijzen van oorsprong had overgelegd, en zij te goeder trouw had gehandeld. De inspecteur stelde dat de certificaten onjuist waren en navordering terecht was.
Het Hof overwoog dat artikel 32 van Pro het Protocol ook controles achteraf omvat en dat navordering op die grond mogelijk is. Hoewel de inspecteur de procedure niet volledig had gevolgd, achtte het Hof aannemelijk dat de uitkomst hetzelfde zou zijn geweest. Het Hof verwierp het beroep op overmacht en een zorgplicht van de Europese Commissie. Cruciaal was dat belanghebbende met alternatieve documenten, waaronder veterinaire en gezondheidscertificaten, de Estse oorsprong van de boter had bewezen.
Daarmee was voldaan aan de zware bewijslast die het arrest van het Hof van Justitie oplegt. Het Hof vernietigde de navorderingsuitnodigingen, veroordeelde de Staat tot schadevergoeding en proceskosten, en wees het griffierecht toe. Het beroep was gegrond.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de navorderingsuitnodigingen omdat belanghebbende de Estse oorsprong van de boter heeft bewezen en veroordeelt de Staat tot vergoeding van schade en proceskosten.