ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ6806
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs schietincidenten in Amersfoort
Een man uit Amersfoort werd verdacht van het meermalen schieten op twee personen samen met een mededader. De rechtbank Utrecht had verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep vernietigde het Gerechtshof Amsterdam dit vonnis en sprak verdachte vrij.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettige bewijsmiddelen waren om te concluderen dat verdachte op de eerste aangever had geschoten. Daarnaast was er een wezenlijke discrepantie tussen de aangifte van de tweede aangever en de getapte telefoongesprekken, vooral over de rol van verdachte. De medeverdachte gaf wisselende verklaringen over de betrokkenheid van verdachte, wat de betrouwbaarheid van het bewijs ondermijnde.
Het hof nam ook in aanmerking dat de tweede aangever in zijn verklaring geen tweede schutter noemde, terwijl de medeverdachte in taps suggereerde dat verdachte mogelijk gericht had geschoten. Gezien deze feiten en het ontbreken van ander direct bewijs, sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettige bewijsmiddelen voor betrokkenheid bij schietincidenten.