ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ7091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Röben
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Weij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw bij belasting- en UWV-schulden
Appellant heeft van 1998 tot 2005 een kapperszaak geëxploiteerd en daarnaast sinds 2003 in loondienst gewerkt met een netto maandinkomen van €1.390.
De totale schuldenlast bedroeg bijna €990.000, waarvan ruim €858.000 aan de Belastingdienst en €85.000 aan het UWV. Deze schulden zijn ontstaan door ambtshalve naheffingsaanslagen voor loon- en omzetbelasting en onbetaalde werknemersverzekeringspremies over de periode 1999-2004.
Appellant betwist de omvang van de schulden en voert aan dat hij wel aangiften heeft gedaan, maar dat de administratie niet aan wettelijke eisen voldeed. Bezwaarprocedures lopen nog, maar ook bij honorering blijft een aanzienlijke schuld over.
Het hof oordeelt dat appellant niet te goeder trouw heeft gehandeld, omdat het gaat om periodieke aangifte- en betalingsverplichtingen die langdurig en omvangrijk onbetaald zijn gelaten zonder deugdelijke verontschuldiging.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt het vonnis van de rechtbank Utrecht van 7 november 2006 bekrachtigd, waarmee het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afwijst wegens niet te goeder trouw handelen bij belasting- en UWV-schulden.