ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9722
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- A. van Haeringen
- W.H.F.M. Cortenraad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid effectenlease adviseur en bank wegens tekortschieten zorgplicht
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de effectenlease-adviseur [X] en Dexia Bank Nederland B.V. aansprakelijk zijn voor schade geleden door [A] als gevolg van een effectenlease-overeenkomst. [A] had een effectenlease afgesloten waarbij zij aandelen leaste met een totale lease-som van €57.242,07, inclusief rente. Na afloop van de lease-overeenkomst ontstond een restschuld wegens een ontoereikende verkoopopbrengst van de aandelen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat zowel [X] als Dexia tekort waren geschoten in hun informatie- en waarschuwingsplicht jegens [A], en hen hoofdelijk aansprakelijk gesteld, met een vermindering van de vergoedingsplicht wegens eigen schuld van [A]. Zowel [X] als Dexia gingen in hoger beroep tegen deze aansprakelijkheid en de mate van vermindering.
Het hof stelde vast dat het aanvraagformulier dat [A] had ingevuld geen bindende overeenkomst vormde, maar een uitnodiging tot het doen van een aanbod door Dexia. De effectenlease-overeenkomst kwam pas tot stand na toezending en ondertekening van de overeenkomst door [A]. Het hof oordeelde dat het beroep op dwaling faalde, omdat [A] de overeenkomst zorgvuldig had moeten lezen en de risico's had kunnen begrijpen.
Wel was Dexia tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht door [A] niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te waarschuwen voor het risico van een restschuld en door onvoldoende aandacht te besteden aan de financiële draagkracht van [A]. Ook [X] had als adviseur een gelijke zorgplicht en was tekortgeschoten in haar advisering en waarschuwingsplicht. De aansprakelijkheid van beide partijen werd bevestigd, met een vermindering van de vergoedingsplicht tot tweederde van de restschuld wegens mede-eigen schuld van [A]. De zaak werd verwezen voor nadere vaststelling van de schade.
Uitkomst: Het hof bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de adviseur en Dexia met een vergoedingsplicht van tweederde van de restschuld en verwijst de zaak voor nadere schadevaststelling.