ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2133
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet tonen identiteitsbewijs tijdens kraakactie in Amsterdam
Op 13 maart 2005 vond een kraakactie plaats aan een adres in Amsterdam waarbij verdachte als woordvoerder van de krakers optrad. De politie kwam ter plaatse en verzocht verdachte een identiteitsbewijs te tonen. Verdachte weigerde dit, waarna zij werd aangehouden wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht.
De verdediging voerde aan dat het verzoek tot identificatie niet redelijkerwijs noodzakelijk was voor de uitvoering van een politietaak en dat de schriftelijke vastlegging gebrekkig was. Het hof oordeelde echter dat het verzoek tot identificatie paste binnen de politietaak, in het bijzonder de handhaving van de openbare orde, en dat het verzoek redelijkerwijs noodzakelijk was gezien de verstoring door de kraakactie.
Het hof vond de schriftelijke vastlegging toereikend en geen schending van subsidiariteit of proportionaliteit. Op basis hiervan werd bewezen verklaard dat verdachte niet voldeed aan de verplichting tot het tonen van een identiteitsbewijs. De strafbaarheid werd bevestigd en de eerdere veroordeling tot een geldboete werd gehandhaafd, zij het met een lichte aanpassing van het boetebedrag.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. De straf werd vastgesteld op een geldboete van vijftig euro, bij niet-betaling te vervangen door één dag hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van vijftig euro, bij niet-betaling te vervangen door één dag hechtenis wegens het niet tonen van een identiteitsbewijs tijdens een kraakactie.