ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wammes Van Zutphen
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Geen rechterlijke toestemming vereist voor uithuisplaatsing door voogdijstichting
De zaak betreft een geschil over de bevoegdheid van de stichting William Schrikker Jeugdbescherming, als uitvoerder van de voogdij over minderjarige kinderen, om zonder rechterlijke toestemming de verblijfplaats van deze kinderen te wijzigen. De vader en moeder, beiden onder curatele gesteld, en vertegenwoordigd door een curator, stelden zich op het standpunt dat de stichting voor uithuisplaatsing toestemming van de rechter nodig heeft.
De rechtbank Utrecht had de stichting ontvankelijk verklaard in haar verzoek, mede vanwege het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Het hof Amsterdam vernietigt deze beslissing en oordeelt dat tussen de stichting en de ouders geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat, zodat het recht op toegang tot de rechter niet wordt geschonden door niet-ontvankelijkheid van de stichting.
Feiten zijn onder meer dat de kinderen onder voorlopige voogdij zijn geplaatst bij Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, uitgevoerd door de stichting William Schrikker Jeugdbescherming, en dat eerdere verzoeken tot wijziging van verblijfplaats door de rechtbank en het hof zijn behandeld. Het hof stelt dat de stichting geen machtiging of toestemming van de rechter nodig heeft voor uithuisplaatsing, behoudens uitzonderingen die hier niet aan de orde zijn.
De beschikking van de rechtbank Utrecht van 19 oktober 2006 wordt vernietigd en de stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro maakt dit niet anders.
Uitkomst: De stichting is niet-ontvankelijk verklaard en heeft geen toestemming van de rechter nodig voor uithuisplaatsing.