ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5790

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2006/1186
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
  • Valk
  • Frankena
  • Van Osch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 HandelsnaamwetArt. 45 lid aanhef en onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over rechtsbevoegdheid Algemene Woningstichting Houten in kort geding

In deze zaak staat centraal of de Stichting Algemene Woningstichting Houten ten tijde van de dagvaarding nog rechtsbevoegd was om de procedure te voeren. Het hof constateert op basis van de memorie van antwoord en een uittreksel uit het handelsregister dat de stichting op dat moment niet meer bestond. Dit leidt tot de voorlopige conclusie dat de stichting niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen.

De stichting betwistte dit door het verstek te zuiveren en verzocht het hof het bestreden vonnis te bekrachtigen en de appellanten te veroordelen in de kosten. Het hof heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de rechtsbevoegdheid, met korte termijnen vanwege het spoedkarakter van het appel.

Het gebruik van de naam 'Algemene Woningstichting Houten' door de rechtsopvolger, Stichting Viveste, doet hieraan niet af, omdat de statutaire naam bepalend is voor procesbevoegdheid. De zaak is aangehouden voor verdere beslissing na ontvangst van de schriftelijke stukken.

Uitkomst: De Stichting Algemene Woningstichting Houten wordt voorlopig niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtsbevoegdheid.

Uitspraak

6 maart 2007
tweede civiele kamer
rolnummer 2006/1186
G E R E C H T S H O F T E A M S T E R D A M
Nevenzittingsplaats Arnhem
Arrest
in de zaak van:
[appellant sub 1]
en
[appellant sub 2],
beiden laatstelijk wonende te [woonplaats],
appellanten,
procureur: mr. A.A.M. Hesseling,
tegen:
de stichting Algemene Woningstichting Houten,
gevestigd te Houten,
geïntimeerde,
procureur: mr. A.S. Rueb.
1 Het verloop van het geding
1.1 Voor de procedure tot aan het arrest in het incident van 5 december 2006 verwijst het hof naar dat arrest.
1.2 Op de rolzitting van 23 januari 2007 heeft de Stichting het tegen haar verleende verstek gezuiverd door alsnog, bij procureur, te verschijnen.
1.3 Vervolgens heeft de Stichting bij memorie van antwoord de grieven bestreden, een nieuwe productie in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep, waaronder vast recht en salaris procureur.
1.4 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd.
2 Beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1 Hetgeen de memorie van antwoord van de Stichting onder 1 inhoudt, lijkt geen andere conclusie toe te laten dan dat de stichting Algemene Woningstichting Houten ten tijde van de inleidende dagvaarding als zodanig al niet meer bestond. Dat volgt ook uit het bij dezelfde memorie overgelegde uittreksel uit het handelsregister. Het ontbreken van rechts- en procesbevoegdheid bij de Stichting als degene op wiens naam de procedure is ingeleid, leidt het hof voorlopig tot de conclusie – welke conclusie het hof ambtshalve onder ogen heeft te zien, omdat de openbare orde in het geding is – dat het bestreden vonnis dient te worden vernietigd en dat de Stichting alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De omstandigheid dat de naam “Algemene Woningstichting Houten” door de rechtsopvolgster van de voormalige stichting Algemene Woningstichting Houten, de Stichting Viveste, als handelsnaam wordt gebruikt, brengt hierin geen verandering, omdat – daargelaten hoe een zodanig gebruik zich verhoudt tot de verbodsbepaling van artikel 4 lid 1 Handelsnaamwet Pro – de naam als bedoeld in artikel 45 lid Pro aanhef en onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in geval van een rechtspersoon de statutaire naam is.
2.2 Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte over het onder 2.1 overwogene uit te laten, eerst de Stichting en vervolgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. In verband met de omstandigheid dat het een spoedappèl betreft, zal het hof aan bedoelde gelegenheid korte termijnen verbinden. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3 Beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 20 maart 2007 voor akte aan de zijde van de Stichting, ambtshalve peremptoir, en bepaalt dat de zaak vervolgens op de rol van 3 april 2007 wordt uitgeroepen voor akte aan de zijde van [appellant sub 1] en [appellant sub 2], eveneens ambtshalve peremptoir, een en ander met het doel als onder 2.2 omschreven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Valk, Frankena en Van Osch, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2007.