ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5931
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- P.C. Römer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en procesorde
Een mediorjurist trad in maart 2001 in dienst bij CNV Vakcentrale en ging in 2003 met zwangerschapsverlof, waarna zij arbeidsongeschikt raakte. Na reïntegratiegesprekken en correspondentie vroeg CNV ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst en kende een vergoeding toe aan de mediorjurist.
De mediorjurist ging in hoger beroep en stelde dat de kantonrechter had beslist op basis van stukken (gespreksnotities) die niet aan haar waren overgelegd, wat een schending van het hoor en wederhoor-beginsel zou zijn. Tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg werd een notitieblok in de lucht gehouden zonder dat de inhoud werd getoond of overlegd.
Het hof oordeelde dat het tonen van het notitieblok zonder inhoudelijke kennisneming geen schending van het hoor en wederhoor-beginsel vormde, omdat de kantonrechter niet beschikte over meer informatie dan partijen en de mediorjurist kon reageren op het tonen van het blok. Eventuele motiveringsgebreken waren niet zodanig dat het appèlverbod doorbroken kon worden.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de mediorjurist werd veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt bevestigd.