ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6414
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van der Kwaak
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Uitleg en handhaving concurrentiebeding na verkoop aandelen installatietechniekbedrijf
In deze zaak draait het om de uitleg en toepassing van een concurrentiebeding opgenomen in de verkoopakte van aandelen in een installatietechniekbedrijf. Appellant verkocht zijn aandelen aan geïntimeerde en werd verplicht zich gedurende twee jaar te onthouden van contact met klanten van de vennootschap, tenzij schriftelijk toegestaan.
Appellant betwistte dat het beding ook persoonlijke contacten omvatte en voerde aan dat alleen zakelijke contacten verboden waren. Het hof oordeelde echter dat het beding geen onderscheid maakt tussen zakelijke en persoonlijke contacten en dat het doel van het beding is om het klantenbestand effectief te beschermen. Daarom geldt een breed contactverbod.
Vervolgens stelde het hof vast dat appellant in augustus 2005 zonder toestemming contact had gezocht met een directeur van twee klantenvennootschappen door meerdere bezoeken aan diens kantoor. Dit was een overtreding van het beding, waardoor de boete van € 15.000 per overtreden klant verschuldigd is.
Het hof verwierp het beroep op matiging van de boete omdat de hoogte niet buitensporig was gezien de aard en strekking van het beding en de omstandigheden van de overtreding. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Appellant heeft het concurrentiebeding overtreden en is veroordeeld tot betaling van de boete van € 15.000 en de kosten van het hoger beroep.