ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6632
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake omzetbelastingvrijstelling bij tijdelijke bewoning ter voorkoming van kraken
Belanghebbende, een fiscale eenheid die zich bezighoudt met het sluiten van overeenkomsten ter voorkoming van kraken van onroerende zaken, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur. De inspecteur stelde primair dat belanghebbende als intermediair optreedt tussen eigenaar en tijdelijke bewoner, en dat de verhuur aan de tijdelijke bewoner via belanghebbende plaatsvindt. Subsidiair stelde hij dat belanghebbende zelf verhuurt aan de tijdelijke bewoner, hetgeen vrijgesteld is van omzetbelasting.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de woning verhuurt aan de tijdelijke bewoner en dat de vergoeding die belanghebbende ontvangt vrijgesteld is van omzetbelasting. De rechtbank vond dat belanghebbende op eigen naam optreedt en het risico draagt van de betaling door de bewoner. De inspecteur ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde dat de verhuur van de woning aan de tijdelijke bewoner plaatsvindt door belanghebbende en dat deze verhuur vrijgesteld is van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot €161.492, bestaande uit correcties voor privégebruik auto en niet-aftrekbare omzetbelasting. De primaire stelling van de inspecteur dat belanghebbende slechts intermediair is, werd niet gevolgd. Het beroep van de inspecteur werd in zoverre ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €161.492 omdat de verhuur door belanghebbende vrijgesteld is van omzetbelasting.