ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8537
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid tweede verzoek om terugbetaling douanerechten
Belanghebbende diende een eerste verzoek om terugbetaling in op grond van artikel 236 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW), dat werd afgewezen door de inspecteur. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende door de inspecteur op het verkeerde been was gezet en verklaarde het tweede verzoek ontvankelijk vanwege overmacht. De inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Gerechtshof Amsterdam stelde vast dat belanghebbende geen bezwaarschrift had ingediend tegen de afwijzende beschikking op het eerste verzoek en dat de termijn voor het indienen van het tweede verzoek was verstreken. Het hof overwoog dat in het douaneprocesrecht geen mogelijkheid bestaat voor een tweede verzoek om terugbetaling in dezelfde zaak, waardoor het tweede verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Hoewel de rechtbank overmacht aannam vanwege het handelen van de douane en de adviespraktijk, achtte het hof dit niet relevant voor de ontvankelijkheid van het tweede verzoek. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het tweede verzoek om terugbetaling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van een mogelijkheid tot een tweede verzoek in dezelfde zaak.