ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8921
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Fokker
- Knottnerus
- Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot doorbetaling loon tijdens schorsing ondanks verdenking zedendelict
In deze zaak stond centraal of Eemland gehouden was het loon van [appellant] door te betalen vanaf 1 januari 2007, de datum waarop zijn schorsing werd verlengd. Eemland had de loonbetaling stopgezet op grond van artikel 7:627 BW Pro, stellende dat [appellant] niet bereid was de bedongen arbeid te verrichten. Het hof verwierp deze stelling en oordeelde dat een schorsing in de risicosfeer van de werkgever ligt, waardoor doorbetaling van loon verplicht blijft volgens artikel 7:628 lid 1 BW Pro.
De werkgever had de schorsing ingesteld vanwege een verdenking van een zedendelict, waarvoor [appellant] in eerste aanleg was veroordeeld, maar waartegen hij hoger beroep had ingesteld. Het hof stelde vast dat deze strafrechtelijke veroordeling niet zonder meer kon leiden tot het staken van loonbetaling, aangezien het dienstverband nog bestond en geen schriftelijke afwijking van de loonbetalingsverplichting was overeengekomen.
Eemland voerde aan dat doorbetaling van loon onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, maar het hof verwierp dit beroep op artikel 6:248 lid 2 BW Pro. Het hof benadrukte dat de loonbetaling ook tijdens de schorsing moest worden voortgezet totdat het dienstverband rechtsgeldig zou eindigen. De wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 15% werden eveneens toegewezen. De kosten van het geding werden aan Eemland opgelegd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Eemland tot doorbetaling van het loon aan [appellant] tijdens de schorsing vanaf 1 januari 2007 tot het einde van het dienstverband.