ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9165
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Mens
- Wammes
- ter Veer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kosten huishouding en investeringen in woning tijdens samenwoning
De vrouw en de man hadden een affectieve relatie en woonden samen in woningen die eigendom waren van de man. De vrouw stelde dat zij aanzienlijke bedragen had betaald voor werkzaamheden en aankopen ten behoeve van de woning van de man, waaronder een nota van een klussenbedrijf, gordijnen, lamellen en een diamantzaag. Zij vorderde terugbetaling van deze bedragen en stelde dat de man hierdoor ongerechtvaardigd was verrijkt.
Het hof oordeelde dat deze betalingen niet als investeringen in de woning konden worden aangemerkt, maar als kosten van de huishouding. De man had gedurende de samenwoning het grootste deel van de huishoudkosten gedragen, mede omdat hij aanzienlijk hogere inkomsten had en ook werkgever van de vrouw was. Er was geen schriftelijke afspraak over de verdeling van de kosten, maar het was redelijk dat deze naar evenredigheid van inkomen werden gedragen.
De vrouw had onvoldoende gesteld om aan te tonen dat zij recht had op terugbetaling van de door haar gestelde bedragen. Ook de vordering tot teruggave van roerende zaken werd deels toegewezen, waarbij het hof oordeelde dat de man de meeste goederen nog in bezit had en deze aan de vrouw moest afgeven. Het hof bepaalde dat partijen zouden verschijnen voor een comparitie om verdere bewijslevering te bespreken en trachtte een minnelijke regeling te bevorderen.
De uitspraak bevestigt dat kosten die samenhangen met de huishouding niet als investeringen worden beschouwd en dat bij samenwonenden zonder overeenkomst de kosten naar inkomen worden verdeeld. De vrouw kreeg geen recht op terugbetaling van de gestelde bedragen, maar wel op afgifte van haar eigendommen.
Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van kosten van de huishouding worden afgewezen; teruggave van eigendommen wordt toegewezen.