ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9699
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Indeling tonercartridge voor fotokopieerapparaten in douanenomenclatuur
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de indeling van een tonercartridge voor Ricoh fotokopieerapparaten, die door de inspecteur onder post 3707 90 30 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) was ingedeeld met een tarief van 6% douanerechten. Belanghebbende stelde dat de cartridge als deel of toebehoren van het apparaat onder post 9009 90 00 moest worden ingedeeld, mede op basis van een eerder afgegeven bindende tariefinlichting (BTI) voor een soortgelijk product met mechanische delen.
De Douanekamer onderzocht de technische kenmerken van de cartridge, die geen bewegende of elektronische delen bevat en niet ontworpen is voor hergebruik. Hoewel de cartridge speciaal is vervaardigd voor bepaalde Ricoh kopieerapparaten en een rol speelt bij de dosering van toner, vervult zij geen integrerende functionele rol in het apparaat. De toner zelf is bepalend voor het wezenlijk karakter van het product, conform het Turbon-arrest van het Hof van Justitie.
De Douanekamer concludeerde dat de cartridge als verpakking van de toner moet worden beschouwd en derhalve onder post 3707 90 30 valt. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 26 juni 2007 door het Gerechtshof Amsterdam gedaan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de indeling van de tonercartridge onder post 3707 90 30 wordt ongegrond verklaard.