ECLI:NL:GHAMS:2007:BB0235
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Sijmons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in kort geding over aansprakelijkheid directeur voor onrechtmatige briefverspreiding
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van appellant, directeur van [X] B.V., centraal vanwege een brief van 20 september 2006 waarin onjuiste en suggestieve mededelingen over geïntimeerde werden gedaan. De voorzieningenrechter had appellant veroordeeld tot rectificatie en een verbod op dergelijke mededelingen.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat onvoldoende concrete feiten waren aangedragen om hem persoonlijk aansprakelijk te stellen, mede omdat de brief zakelijke belangen van [X] betrof en niet zijn privébelangen. Geïntimeerde stelde dat vanwege het faillissement van [X] de aansprakelijkheid op appellant moest worden verhaald.
Het hof oordeelde dat de onrechtmatigheid niet aan appellant persoonlijk kon worden toegerekend, aangezien de brief in zijn hoedanigheid van directeur was ondertekend en geen andere belangen dan die van [X] diende. Het enkele feit dat [X] failliet was, bood geen grond voor persoonlijke aansprakelijkheid.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vorderingen af en veroordeelde geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen tegen appellant af wegens onvoldoende concrete feiten voor persoonlijke aansprakelijkheid.