ECLI:NL:GHAMS:2007:BB1407
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.E. van Hilten
- D.B. Bijl
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM wegens ombouw bestelauto tot personenauto door plaatsing stoelen
Belanghebbende kocht in juli 2001 een nieuwe bestelauto die voldeed aan de eisen van een bestelauto onder de Wet BPM. Tijdens een controle in maart 2004 bleek dat in de laadruimte twee stoelen waren aangebracht, waardoor de auto niet langer voldeed aan de definitie van bestelauto maar als personenauto moest worden aangemerkt.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op omdat belanghebbende geen BPM had voldaan voor het gebruik van de auto als personenauto. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt wanneer de stoelen waren aangebracht en dat daardoor het tijdstip van aanvang van het gebruik als personenauto op de datum van tenaamstelling moest worden gesteld. De naheffingsaanslag BPM was daarom terecht opgelegd op basis van de catalogusprijs op het moment van eerste gebruik.
Het Hof verwierp ook het verweer dat de BPM-heffing niet mogelijk zou zijn omdat de Staat al schadeloos was gesteld via motorrijtuigenbelasting en dat BPM een strafmaatregel zou zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM bevestigd.