ECLI:NL:GHAMS:2007:BB1896
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip inkomen in huwelijkse voorwaarden en verrekening niet-uitgekeerde ondernemingswinsten
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodiek verrekenbeding dat niet is uitgevoerd. Het geschil betreft de uitleg van het begrip inkomen in de huwelijkse voorwaarden, met name of niet-uitgekeerde winst uit onderneming daaronder valt.
De man stelt dat alleen belastbaar inkomen in de zin van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 onder het verrekenbeding valt en dat niet-uitgekeerde winsten niet als inkomen gelden. Het hof oordeelt dat het begrip inkomen mede winst uit onderneming omvat, ook als deze niet is uitgekeerd, mede gelet op de verwijzing in de huwelijkse voorwaarden naar de Wet op de Inkomstenbelasting en bepalingen over continuïteit van onderneming.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het bewijsaanbod van de man af wegens onvoldoende specificatie. De verzoeken tot kostenveroordeling worden afgewezen. In incidenteel appel wordt vastgesteld dat pensioenaanspraken nog niet volledig zijn afgewikkeld, maar het verzoek tot dwangsom wordt afgewezen. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere beslissing over de hoofdzaak, inclusief wettelijke rente.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt dat niet-uitgekeerde winst uit onderneming onder het inkomensbegrip valt en verwijst de zaak terug voor verdere afwikkeling.