ECLI:NL:GHAMS:2007:BB2610
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M. Gonggrijp-van Mourik
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgeldigheid buiten Nederland gesloten huwelijk en alimentatieverplichting
Partijen zijn in 1991 te Indonesië gehuwd volgens islamitisch recht en hebben sinds mei 1991 hun gewone verblijfplaats in Nederland. De man betwist de rechtsgeldigheid van het huwelijk in Nederland en stelt dat het huwelijk niet is geregistreerd bij de Nederlandse burgerlijke stand. Het hof stelt echter vast dat het huwelijk rechtsgeldig is volgens het Indonesische recht en erkend wordt op grond van de Wet Conflictenrecht Huwelijk (WCH).
De man voert aan dat het huwelijksvermogensregime op grond van islamitisch recht moet worden toegepast en dat hij onvoldoende draagkracht heeft voor alimentatie. De vrouw stelt dat het Nederlands recht van toepassing is op de vermogensverdeling en dat zij recht heeft op een alimentatie-uitkering van €460 per maand. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat partijen een rechtskeuze voor islamitisch recht hebben gemaakt en bevestigt dat het Nederlands recht geldt.
Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de man af. De man wordt verplicht een maandelijkse uitkering van €460 aan de vrouw te betalen, rekening houdend met haar behoefte en zijn draagkracht. De beschikking wordt verbeterd door de datum van het huwelijk te corrigeren. Overige bezwaren van partijen worden niet-ontvankelijk verklaard of buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtsgeldigheid van het huwelijk, wijst het hoger beroep af en legt een alimentatieverplichting van €460 per maand op aan de man.