ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- L.C. Winkel
- L. Frijda
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig conservatoir beslag en depot van koopsom
In deze zaak legde de erfgename van [Ae] op 13 september 1996 conservatoir beslag op een onroerende zaak van de erfgenamen van [Aa] vanwege een vermeende vordering. De erfgenamen van [Aa] kwamen in verweer en stemden in met opheffing van het beslag onder de voorwaarde dat een bedrag van NLG 140.000,- in depot bij de notaris zou worden gehouden.
Na een onherroepelijk vonnis van de rechtbank op 11 april 2001 waarbij de vordering van [Ae] werd afgewezen, stelden de erfgenamen van [Aa] dat zij schade hadden geleden doordat het bedrag jarenlang onterecht in depot was gehouden en vorderden zij vergoeding van diverse schadeposten.
De rechtbank wees hun vordering grotendeels af, maar het hof oordeelde dat het beslag onrechtmatig was en dat de erfgename van [Ae] aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit het onterecht in depot houden van het bedrag. Het hof kende vergoeding toe van het verschil tussen wettelijke rente en depotrente en een deel van de gemaakte kosten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de erfgename van [Ae] tot betaling van € 10.724,56 plus wettelijke rente vanaf 11 juli 2001. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt de eigen kosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: De erfgename van [Ae] is veroordeeld tot betaling van € 10.724,56 plus wettelijke rente wegens onrechtmatig conservatoir beslag en onterecht depot.