ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6248
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van Rossum
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid directeur en vrijwaringsprocedure Belastingdienst
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap (B.V.) tegen een vonnis van de rechtbank Utrecht, waarin de B.V. werd afgewezen in haar vordering tegen geïntimeerde. De Belastingdienst had de directeur van de B.V., [A.], persoonlijk gedagvaard voor een betaling van €27.713,65. De rechtbank had [A.] toegestaan geïntimeerde in vrijwaring op te roepen en de vordering van de Belastingdienst tegen [A.] toegewezen.
De B.V. stelde dat [A.] ten onrechte persoonlijk was gedagvaard, omdat hij handelde als directeur van de B.V., en dat de B.V. aansprakelijk was voor de vordering. Zij vorderde daarom van geïntimeerde betaling van een bedrag van €29.839,75 of hetgeen [A.] in de procedure tegen de Belastingdienst zou worden veroordeeld. De rechtbank oordeelde dat de B.V. niet-ontvankelijk was omdat zij geen partij was in de procedure tussen de Belastingdienst en [A.] en dat er geen aansprakelijkheid van geïntimeerde jegens de B.V. bestond.
In hoger beroep stelde de B.V. dat de vordering van de Belastingdienst uiteindelijk voor haar rekening komt en dat geïntimeerde aansprakelijk is. Het hof overwoog echter dat, ook als de zaak als vrijwaringsprocedure wordt gezien, de B.V. geen partij was en geen belang heeft bij de vrijwaring. Indien het hoger beroep van [A.] tegen de Belastingdienst slaagt, wordt de vordering afgewezen. Ook als hoofdzaak faalt de vordering wegens gebrek aan onderbouwing van aansprakelijkheid van geïntimeerde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de B.V. in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de B.V. tegen geïntimeerde af.