Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2007:BB7493

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/0702
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 FaillissementswetArt. 18 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte wegens betalingsonmacht

Verzoekster, voormalig bestuurder van twee besloten vennootschappen, had een verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte ingediend dat door de rechtbank was afgewezen. In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat verzoekster meerdere crediteuren onbetaald laat en niet over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te voldoen.

De faillietverklaring van een van de vennootschappen waar verzoekster bestuurder van was, was opgeheven wegens gebrek aan baten. Verzoekster had borgstellingen afgegeven voor deze vennootschappen, waardoor haar gezamenlijke crediteuren een bedrag van meer dan €256.000,- vorderen. Gezien haar inkomsten is het onwaarschijnlijk dat zij deze schulden integraal kan voldoen.

Het hof vond geen aanwijzingen voor misbruik van bevoegdheid of omstandigheden als bedoeld in artikel 18 van Pro de Faillissementswet die een weigering zouden rechtvaardigen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde verzoekster in staat van faillissement. Tevens werden een rechter-commissaris en curator benoemd en werd de curator gemachtigd tot het openen van aan verzoekster gerichte post.

Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte wordt toegewezen en verzoekster wordt failliet verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST van 3 augustus 2007 in de zaak met rekestnummer 07/0702 van:
[VERZOEKSTER],
wonende aan [adres],
te [woonplaats],
APPELLANTE,
procureur: mr. H.G.R. Meulmeester.
1. Het geding in hoger beroep
1.1. Appellante – [verzoekster] – is bij per fax op 22 juni 2007 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Alkmaar van 14 juni 2007 met rekestnummer 95554/FT-RK 07.288, waarbij het verzoek van [verzoekster] tot faillietverklaring op eigen aangifte, is afgewezen.
1.2. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 31 juli 2007. Bij die behandeling is [verzoekster] verschenen, bijgestaan door haar procureur voornoemd.
2. De gronden van de beslissing
2.1. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken.
2.2. [Verzoekster] is bestuurder geweest van de besloten vennootschap [1] B.V., die op haar beurt in de periode van maart 2002 tot en met medio februari 2004 bestuurder was van de besloten vennootschap [2] B.V.
2.3. Op 12 februari 2004 is [2] B.V. in staat van faillissement verklaard, welke faillissement is opgeheven bij gebrek aan baten.
2.4. [Verzoekster] heeft aan haar verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte ten grondslag gelegd dat – zakelijk weergegeven - zij verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, daar haar gezamenlijke crediteuren een bedrag van meer dan € 256.000,- te vorderen hebben, voortvloeiende uit de borgstellingen voor de activiteiten van voornoemde vennootschappen, welke crediteuren, gelet op haar inkomsten, nimmer integraal kunnen worden voldaan.
2.5. Het hof komt tot de volgende beoordeling.
Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is voldoende aannemelijk geworden dat [verzoekster] meerdere crediteuren onbetaald laat en niet over gelden beschikt teneinde deze te kunnen voldoen. Gelet hierop is summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [verzoekster] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
2.6. Nu voorts niet is gebleken van een situatie als bedoeld in artikel 18 laatste Pro zin van de Faillissementswet of dat sprake is van misbruik van bevoegdheid bij de aanvraag van het onderhavige faillissement, dient de uitspraak waarvan beroep te worden vernietigd en het oorspronkelijke verzoek alsnog op hierna te melden wijze te worden toegewezen.
3. De beslissing
Het hof:
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- verklaart [verzoekster] in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.A. van den Berg, rechter in de rechtbank te Alkmaar;
- stelt tot curator aan mr. P. van Lingen (postbus 303, 1800 AH Alkmaar);
- geeft last aan de curator tot het openen van de aan [verzoekster] gerichte brieven en telegrammen.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Bockwinkel, M.W.E. Koopmann en M. Flipse en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 3 augustus 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.
Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.