ECLI:NL:GHAMS:2007:BB9640
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Smeeïng-Van Hees
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens benadeling schuldeisers en schending inlichtingenplicht
In deze zaak verzocht de bewindvoerder in hoger beroep om tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De rechtbank Utrecht had dit verzoek eerder afgewezen. De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar kopieën van bankafschriften had bewerkt om bedragen te verbergen, een krediet had proberen aan te gaan en privé-aankopen via zijn werkgever had gedaan zonder melding.
De schuldenaar erkende het bewerken van bankafschriften en verklaarde dat het geld voor zijn kinderen was bedoeld. Ook gaf hij aan niet te hebben begrepen dat privé-aankopen via zijn werkgever op zijn loon werden ingehouden. De kredietaanvraag was bedoeld om zijn dienstplicht in Turkije af te kopen.
Het hof oordeelde dat deze gedragingen verwijtbaar waren en dat de schuldenaar zijn schuldeisers bewust had benadeeld en zijn inlichtingenplicht had geschonden. Ondanks compensatie van de boedel was dit niet voldoende om de regeling voort te zetten. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en beëindigde de schuldsaneringsregeling. De mogelijke faillissementsstatus van de schuldenaar was geen reden tot anders beslissen.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van de schuldenaar wordt tussentijds beëindigd wegens benadeling van schuldeisers en schending van de inlichtingenplicht.