ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1874
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Navordering douanerechten touwproducten en toepassing artikel 220 lid 2 CDW
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten voor diverse touwproducten afkomstig uit India. De inspecteur had de indeling van de goederen in het Gemeenschappelijk douanetarief (GN) gecorrigeerd na een controle en monsteronderzoek door het Douane Laboratorium.
De kern van het geschil betrof de juiste classificatie van verschillende touwproducten, waaronder decoratiedraad van nylon, metseldraad van polypropyleen, polyester en nylon, en strengen van diverse materialen. Belanghebbende stelde dat de goederen als artikelen van touw onder post 5609 moesten worden ingedeeld, terwijl de inspecteur de indeling onder post 5607 en andere posten handhaafde.
Het hof bevestigde de indeling van de inspecteur op basis van de GN en de GS-toelichtingen, waarbij het onderscheid tussen garens, bindgaren, touw en kabel werd toegelicht. Tevens werd beoordeeld of navordering van douanerechten op grond van artikel 220 lid 2 sub b van Pro het CDW kon worden afgewezen wegens een vergissing van de douaneautoriteiten. Voor één aangifte die rood geselecteerd was maar niet daadwerkelijk fysiek gecontroleerd, werd het beroep op deze bepaling gegrond verklaard en werd de navordering verminderd.
Verder oordeelde het hof dat de inspecteur niet verplicht is selectieprofielen openbaar te maken, zodat geen schending van het fair trial-beginsel plaatsvond. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor een aangifte wegens een vergissing in de verificatiefase, waardoor navordering voor die aangifte wordt verminderd; voor de overige aangiften wordt navordering gehandhaafd.