ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1885
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt correcte indeling touwproducten in douanetarief en verwerpt beroep op artikel 220 lid 2 sub b CDW
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen een navordering van douanerechten gebaseerd op een gewijzigde indeling van touwproducten in het Gemeenschappelijk douanetarief. Tijdens een controle werden monsters genomen en onderzocht door het Douane Laboratorium, waarna de inspecteur de aangiften corrigeerde en navordering vorderde.
De kern van het geschil betrof de juiste classificatie van diverse touwproducten, waaronder decoratiedraad van nylon, strengen van polypropyleen, polyester, nylon en katoen, alsmede opwindspoelen en kunststof rollen. Belanghebbende voerde aan dat de producten als artikelen van touw onder post 5609 moesten worden ingedeeld, terwijl de inspecteur de indeling onder post 5607 handhaafde.
De Douanekamer oordeelde dat de inspecteur terecht de goederen onder post 5607 had ingedeeld, omdat deze post de producten nauwkeuriger omschrijft dan post 5609. Tevens werd het beroep op artikel 220 lid 2 sub b van Pro het Communautair douanewetboek verworpen, omdat geen sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten die navordering in de weg staat. Het niet openbaar maken van selectieprofielen werd niet als schending van het fair trial-beginsel gezien.
De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de navordering van € 663,67 aan douanerechten. De uitspraak werd op 11 december 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten bevestigd.