ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1889
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt correcte douane-indeling touwproducten en verwerpt beroep op navordering
Belanghebbende, een douane-expediteur, maakte bezwaar tegen een navordering van douanerechten over de jaren 2001 tot en met 2003 vanwege een gewijzigde indeling van touwproducten in het Gemeenschappelijk douanetarief (GN). De inspecteur had de goederen na een administratieve controle en monsteronderzoek opnieuw ingedeeld, waarbij hogere tarieven werden toegepast. Belanghebbende voerde aan dat de producten als gereed artikel onder post 5609 van de GN moesten worden ingedeeld en dat sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten in de zin van artikel 220, lid 2, sub b, van het Communautair douanewetboek (CDW).
Het hof stelde vast dat de inspecteur de goederen juist had ingedeeld onder de meer specifieke posten 5404, 5607 en 3923 van de GN, gebaseerd op gedegen laboratoriumonderzoeken en de GS-toelichtingen. De door belanghebbende verdedigde indeling onder post 5609 was minder specifiek en niet passend. Tevens oordeelde het hof dat er geen sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten die navordering in de weg stond, omdat niet alle aangiften daadwerkelijk fysiek waren gecontroleerd en de douane de oorspronkelijke indeling had gehandhaafd ondanks waarschuwingen.
Verder verwierp het hof het beroep van belanghebbende dat de inspecteur verplicht zou zijn de selectieprofielen openbaar te maken, waarmee geen schending van het fair trial-beginsel was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navordering bleef in stand. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten blijft in stand.