ECLI:NL:GHAMS:2007:BC3116
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter en bindendheid CAO-adviescommissie in geschil over tewerkstelling
De zaak betreft een geschil tussen [X] en ABN AMRO over de toepassing van de Employability-CAO en de tewerkstelling van [X] binnen het project BASELIINE. [X] was sinds 1973 in dienst en werd per 1 juli 2002 boventallig verklaard. Na tewerkstelling binnen BASELIINE werd hij per 1 juli 2006 in het Employability Center geplaatst, wat hij betwistte.
De CAO-adviescommissie, ingesteld om geschillen over de CAO te beslechten, wees de bezwaren van [X] af en deed een bindende uitspraak, aangeduid als arbitraal vonnis. De kantonrechter verklaarde zich echter onbevoegd om in kort geding een voorziening te treffen en wees de vorderingen van [X] af.
In hoger beroep oordeelde het hof dat de kantonrechter wel bevoegd was om in kort geding te beslissen, maar dat onvoldoende aannemelijk was dat ABN AMRO onrechtmatig handelde door [X] per 1 juli 2006 te plaatsen in het Employability Center. Ook is twijfel gerezen over de bindende aard van de CAO-adviescommissie-uitspraak, mede door procedurele onduidelijkheden en het ontbreken van deponering bij de griffie.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de onbevoegdheid betrof, wees de vordering van [X] af en bekrachtigde het vonnis verder. [X] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot herplaatsing wordt afgewezen, het vonnis wordt verder bekrachtigd en de kantonrechter was bevoegd.