ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4439
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Fokker
- Duitemeijer
- Brack
- Rechtspraak.nl
Handhaving concurrentiebeding na overgang onderneming en beperking tot systeem Realitis
In deze zaak stond de vraag centraal of het concurrentiebeding tussen KPN CSS Telecom en [geïntimeerde sub 1] na de overgang van CSS Telecom B.V. naar KPN CSS Telecom B.V. nog van kracht was en of het beding onbillijk was geworden door de gewijzigde arbeidsverhouding.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro en dat het concurrentiebeding, beperkt tot het systeem Realitis, nog steeds bindend was voor [geïntimeerde sub 1]. De stelling dat het beding onbillijk was geworden faalde, mede omdat [geïntimeerde sub 1] een normale carrièreontwikkeling had doorgemaakt en ook andere systemen beheerst.
Verder werd vastgesteld dat [geïntimeerde sub 1] en Zètacom onrechtmatig handelden door het concurrentiebeding te schenden, onder meer doordat zij het contract van KPN CSS Telecom met een belangrijke klant hadden laten beëindigen ten gunste van Zètacom. Het hof beperkte de werking van het beding tot één jaar, tot en met 31 december 2007, vanwege de snelle veranderingen in de telecomsector.
De vorderingen van KPN CSS Telecom werden toegewezen, met veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en Zètacom tot naleving en betaling van dwangsommen bij overtreding. De vorderingen van [geïntimeerde sub 1] tot vergoeding werden afgewezen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gehandhaafd en [geïntimeerde sub 1] en Zètacom worden veroordeeld tot naleving tot 31 december 2007 met dwangsommen bij overtreding.