ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4775
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Vaessen
- Van der Kwaak
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving afdrachtverplichting
Appellant, een alleenstaande man met wisselende inkomsten, was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht had deze regeling tussentijds beëindigd omdat appellant niet voldeed aan zijn informatie-, sollicitatie- en afdrachtverplichtingen. Zo had hij sinds januari 2007 geen gelden meer aan de boedel afgedragen en zijn bankrekening aan derden ter beschikking gesteld, ondanks waarschuwingen van de bewindvoerder.
De bewindvoerder stelde dat meerdere stortingen op de bankrekening van appellant direct werden opgenomen en dat appellant geen plausibele verklaring gaf voor de herkomst van deze gelden. Appellant verklaarde dat hij zijn rekening gebruikte voor transacties van vrienden, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende omstandigheden waren om de schuldsaneringsregeling voort te zetten en dat het faillissement van appellant geen reden was om anders te beslissen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarmee de schuldsaneringsregeling definitief werd beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van verplichtingen door appellant.