ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4837
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Fokker
- Katz-Soeterboek
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en vernietiging vonnis kantonrechter wegens onvoldoende bewijs overeengekomen salaris
In deze zaak stond een loonvordering centraal waarbij geïntimeerde stelde dat hij met appellant een netto maandsalaris van € 1.000 was overeengekomen op basis van een 20-urige werkweek. Appellant betwistte dit en stelde dat het overeengekomen salaris € 680 netto per maand bedroeg, waarbij de hogere betalingen in april en mei 2006 voorschotten waren die verrekend zouden worden met later te ontvangen salaris.
De kantonrechter had in eerste aanleg de vorderingen van geïntimeerde toegewezen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat geïntimeerde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het hogere salaris was overeengekomen. Het hof oordeelde dat de salarisspecificatie en arbeidsovereenkomst, opgesteld voor een hypotheekaanvraag, niet doorslaggevend waren. Ook de brief van geïntimeerde waarin hij sprak over terugverdienen van teveel betaald salaris door overuren, ondersteunde zijn stelling niet.
Het hof concludeerde dat geïntimeerde onvoldoende bewijs had geleverd voor de hoogte van het salaris van € 1.000 netto per maand. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter, wees de loonvorderingen af en veroordeelde geïntimeerde tot terugbetaling van de reeds ontvangen bedragen aan appellant. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de loonvorderingen af wegens onvoldoende bewijs overeengekomen salaris.