ECLI:NL:GHAMS:2007:BC5362
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Steeg
- Dozy
- Van Acht
- Rechtspraak.nl
Geschil over ontbinding koopovereenkomst bouwkavel wegens bezwaar tegen bouwvergunning
Appellanten verkochten een perceel grond aan geïntimeerden met de afspraak dat levering zou plaatsvinden na goedkeuring van de bouwvergunning eerste fase, uiterlijk op 14 juni 2005. Door ingebrachte zienswijzen van derden ontstond vertraging in de vergunningverlening, waardoor de vergunning pas in november 2005 werd verleend en in augustus 2007 onherroepelijk werd.
Geïntimeerden stelden dat zij niet hoefden af te nemen zolang de bouwvergunning niet onherroepelijk was en vorderden betaling van een contractuele boete van 10% van de koopsom. De rechtbank kende hen deze boete toe, maar het hof oordeelt dat volgens de koopovereenkomst geïntimeerden op 14 juni 2005 hadden moeten afnemen, ongeacht de onherroepelijkheid van de vergunning.
Het hof volgt de uitleg dat geïntimeerden het risico van de bestuursrechtelijke procedure op zich namen en de ontbindingsmogelijkheid tot 15 augustus 2005 gold. Geïntimeerden zijn derhalve in verzuim gekomen en hebben de boete verbeurd. Echter, het hof matigt de boete tot nihil omdat deze een buitensporig en onaanvaardbaar repressief karakter heeft, mede gelet op de gestegen grondprijzen en het ontbreken van daadwerkelijke schade bij appellanten.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen van geïntimeerden af, compenseert de proceskosten en bekrachtigt het vonnis voor zover het de afwijzing van de boetevordering van appellanten betreft.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van geïntimeerden af en matigt de contractuele boete tot nihil wegens buitensporigheid.