ECLI:NL:GHAMS:2007:BQ3719
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.M.H. van Staveren
- L.C. Winkel
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht assurantietussenpersoon bij kredietverzekeringsovereenkomst met onvolwaardige verzekeraar
Steel-Link sloot begin 2001 via assurantietussenpersoon IFR kredietverzekeringsovereenkomsten voor staalleveringen aan een Argentijnse afnemer, waarbij het risico volledig was ondergebracht bij Baltic Insurance Group (BIG), een Litouwse verzekeraar die niet bevoegd was om in Nederland te opereren. Steel-Link diende een claim in na onbetaalde facturen, maar kreeg geen uitkering omdat BIG de claim afwees wegens onduidelijkheden en onvoldoende voorzorgsmaatregelen.
Na onderzoek bleek dat BIG sinds 1995 haar vergunning had verloren en feitelijk niet als verzekeraar kon optreden. IFR werd door de Sociaal-Economische Raad verweten onzorgvuldig te hebben gehandeld door BIG niet te controleren. De rechtbank wees de vordering van Steel-Link af omdat onvoldoende was vastgesteld dat BIG geen verhaal bood.
Het hof stelt dat IFR haar zorgplicht heeft geschonden door een verzekering te sluiten met een niet-solide partij, in strijd met de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. IFR heeft echter onvoldoende bewijs geleverd dat BIG in 2001 daadwerkelijk in staat was haar verplichtingen na te komen. Het hof houdt de zaak aan om IFR aanvullend bewijs te laten leveren en Steel-Link tegenbewijs te laten voeren.
De zaak wordt voortgezet met nadere bewijslevering over de financiële positie en het reële bestaan van BIG. Pas daarna zal het hof oordelen over de aansprakelijkheid van IFR en eventuele persoonlijke aansprakelijkheid van haar bestuurder. De procedure wordt aangehouden totdat deze bewijslevering is afgerond.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor aanvullend bewijs over de financiële positie van BIG en de zorgplicht van IFR.