ECLI:NL:GHAMS:2007:BY2030
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.M. Verheul
- J.G.W. Willems-Morsink
- M.E.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van poging tot doodslag en zwaar lichamelijk letsel in hoger beroep
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot doodslag en subsidiair toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het hoger beroep werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam op 15 november 2007, nadat het vonnis van de rechtbank Haarlem van 4 september 2006 werd aangevochten.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens ernstige lacunes in het opsporingsonderzoek. Het hof verwierp dit verweer, oordelend dat geen sprake was van een ernstige schending van de procesorde die het recht op een eerlijke behandeling van verdachte zou aantasten.
Na beoordeling van het dossier en de verklaringen ter terechtzitting oordeelde het hof dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte het vereiste opzet had om het slachtoffer te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding van €1.000,- ingediend, welke in eerste aanleg gedeeltelijk was toegewezen. Omdat verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag en zwaar lichamelijk letsel wegens onvoldoende bewijs.