ECLI:NL:GHAMS:2008:BC4426
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.E. de Winter
- R.C.P. Haentjens
- D.J.C. Aben
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor witwassen met onrechtmatig verkregen bewijs en vrijspraak voor vastgoedfinanciering
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor witwassen van aanzienlijke geldbedragen en het gebruik van geld en percelen afkomstig uit misdrijf. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie onrechtmatig bewijs had verkregen door het niet naleven van wettelijke voorschriften omtrent het afluisteren van telefoongesprekken met een advocaat, die als geheimhouder geldt.
De gesprekken waren niet vooraf beoordeeld door een gezaghebbend lid van de beroepsgroep, noch was er een rechter-commissaris machtiging voor voeging in het dossier, waardoor het bewijs onrechtmatig was. Desondanks verwierp het hof het verweer dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat er geen grove veronachtzaming of doelbewuste schending was.
Het hof sprak verdachte vrij van de beschuldigingen met betrekking tot de vastgoedfinancieringen, omdat deze niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Wel werd bewezen geacht dat verdachte op 25 april 2005 grote sommen geld voorhanden had, waarvan hij wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren. Op grond hiervan werd verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en werden de betreffende geldbedragen verbeurd verklaard.
Het vonnis vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam en deed in hoger beroep opnieuw recht. De zaak illustreert het belang van correcte procedurele waarborgen bij het gebruik van bewijsmateriaal, met name bij gesprekken met advocaten die onder het verschoningsrecht vallen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor witwassen; vrijspraak voor vastgoedfinanciering; onrechtmatig verkregen bewijs leidt niet tot niet-ontvankelijkheid OM.