ECLI:NL:GHAMS:2008:BC4555
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling recreatiewoning met gedoogde permanente bewoning op recreatieterrein
De zaak betreft de waardebepaling van een recreatiewoning gelegen op een recreatieterrein met een bestemming die permanente bewoning verbiedt. Ondanks dit verbod werd door de gemeente gedoogd dat enkele woningen, waaronder drie recent verkochte, permanent werden bewoond. Belanghebbende betwistte de waarde van €170.000 die was vastgesteld door de heffingsambtenaar en ondersteund door een taxatierapport dat uitging van verkoopprijzen van de permanent bewoonde woningen.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof oordeelde dat de waarde van de woning moet worden bepaald op basis van de prijs die een koper bereid zou zijn te betalen, rekening houdend met de feitelijke situatie, waaronder de gedoogde permanente bewoning. De verkoopprijzen van de drie vergelijkingsobjecten die permanent werden bewoond, zijn daarom relevant en terecht als uitgangspunt genomen.
Het hof verwierp het argument dat de woningen tot verschillende categorieën behoren en dat de verkoopprijzen van permanent bewoonde woningen niet relevant zouden zijn voor de waardebepaling van niet-permanent bewoonde woningen. Ook het tijdsverloop tussen de waardepeildatum en de verkoopdata van de vergelijkingsobjecten werd niet als reden gezien om deze buiten beschouwing te laten.
Daarnaast stelde het hof dat eventuele schade door het niet handhaven van de planologische bestemming niet relevant is voor de waardebepaling in een belastingprocedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de woning wordt bevestigd op €170.000.