ECLI:NL:GHAMS:2008:BC5069
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- N. van Wijnen-Vergeer
- H.G. Punt
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie ondanks onrechtmatige opname vertrouwelijke communicatie
In deze strafzaak stond centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk kon worden verklaard in de vervolging van verdachte, ondanks dat een Amerikaanse undercoveragent vertrouwelijke communicatie opnam in strijd met gemaakte afspraken en Nederlandse wetgeving.
De pseudo-koop vond plaats op 31 mei en 1 juni 2006 onder supervisie van Nederlandse autoriteiten, waarbij expliciet was afgesproken dat gesprekken niet mochten worden opgenomen. Desondanks nam de Amerikaanse agent vertrouwelijke communicatie op zonder voorafgaande machtiging, wat een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte vormde.
De verdediging stelde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens grove schending van procesrechten. Het hof oordeelde echter dat het openbaar ministerie niet doelbewust of met grove veronachtzaming heeft gehandeld en dat de Nederlandse autoriteiten niet op de hoogte waren van de onrechtmatige opnames. De verdediging had bovendien toegang tot de opgenomen communicatie.
Het hof concludeerde dat de ernstige schending niet zodanig was dat het wettelijk systeem in de kern werd geraakt en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor verdere berechting met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.